Buiten is alles donker. Zelfs achter de
ramen van de huizen aan de
overkant brandt nergens meer licht. Iedereen slaapt. Thijs draait
zijn
zaklantaarn zo, dat hij nog net iets beter onder het stenen
bruggetje
in zijn aquarium kan kijken.
Daar zitten ze. Een wolkje trillende
streepjes. Klein en bijna onzicht-
baar. Zijn jonge guppies.
Het aquarium van Thijs staat op de
vensterbank. Het hoort eigenlijk
op zijn bureau, maar op de vensterbank is overdag meer zon en
dan
blijven ze hopelijk iets warmer. Dat was de eerste oplossing die
Thijs
had bedacht, maar het heeft niet geholpen.
De vader van de kleintjes zwemt door het
licht van de zaklantaarn.
Hij zwaait met zijn staart die als een sjaal achter hem aan zwiert.
De
rode en blauwe streep erop glanzen in het licht van de
zaklantaarn.
De vader kijkt boos naar Thijs.
Dat is al vanaf dat de jonkies er zijn, maar
Thijs kan er nu echt niets
meer op verzinnen. Extra voer heeft hij gegeven, dat hielp ook
niet.
Tenminste, de vader en de moeder schrokten het allemaal op.
Mis-
schien geven ze het door aan de kleintjes, dacht Thijs nog.
Maar
toen hij 's middags uit school kwam was het toch weer
mis.
En nu weet hij het niet meer en daarom is hij wakker gebleven.
Mor-
gen is het zaterdag en als hij er vannacht niet achter komt, blijft
hij
morgen ook de hele dag bij de jonkies. Hij moet weten wat er met
ze
gebeurt.
In het licht van zijn zaklantaarn telt Thijs
de trillende streepjes onder
het bruggetje. Acht nog maar. Een paar dagen geleden, toen hij
ze
voor het eerst ontdekte, waren het er bijna veertig. Ongeveer,
want
ze zijn moeilijk te tellen, maar dertig waren het er zeker. De
grote
guppies zwierden trots voor het glas op en neer en Thijs gaf er
een
kusje op om ze te feliciteren. Ze hadden
kleintjes! Ze waren vader en
moeder geworden. En Thijs was nu een soort reserve-vader.
Maar daarna was alles alleen maar misgegaan. Hij was dan
wel
reserve-vader, maar hij wist eigenlijk niets van guppie-baby's
af.
Diezelfde dag al verdwenen de eerste.
Van alles had Thijs geprobeerd. Hij had
zelfs een beetje melk door
het voer gedaan. Alle babytjes houden van melk. Het had een
grijze
wolk in het water van zijn aquarium gemaakt, en verder was er
niets
gebeurd, 's Nachts waren er weer tien verdwenen.
Maar nu moet en zal hij erachter komen. Thijs laat het licht van
zijn
zaklantaarn aan de achterkant van het bruggetje schijnen. Daar
zit-
ten er ook nog twee. De vader zwemt weer langs en kijkt Thijs
woe-
dend aan.
„Sorry," zegt Thijs.
Dan zwemt de vader naar het stenen bruggetje
om zelf te kijken hoe
het met zijn kindertjes gaat. Met woeste zwaaien van zijn staart
ziet
Thijs hem aankomen. Het rood en blauw gloeit feller dan
anders,
het lijkt wel of er lampjes in branden. Zijn bek gaat open en
dicht,
open en dicht en met een laatste zwaai van zijn staart verschijnt
hij
onder het stenen bruggetje. Vlak voor hem trillen de jonkies.
En
weer gaat zijn bek wijd open. En dicht.
Thijs kan het niet geloven. Hij schijnt
overal met zijn zaklantaarn.
Alleen de twee achter het bruggetje zijn nog over. Zonder zich
te
bewegen blijft Thijs nog even kijken. Dan kruipt hij diep onder
de
dekens en knipt zijn zaklantaarn uit.